Biografie Frans Bresseleers

Op 22 december 1897, tijdens een ijskoude winternacht, werd Johannes Franciscus Bresseleers, afgekort Frans Bresseleers, geboren op de Kapelsesteenweg in Ekeren-Donk.

Zijn ouders waren Jozef Bresseleers (°Schoten 6.6.1866 – † Ekeren 7.5.1942) en Maria Theresia Roelen (°Antwerpen 17.9.1868 – † Antwerpen 7.4.1934). Zijn vader was schilder in de vele mooie kastelen die Brasschaat en omgeving rijk was. Begin 1900 kon hij het zich permitteren om zelf een nieuw groot huis te bouwen dat alle comfort kon bieden voor zijn gezin met negen kinderen, met eigen atelier, winkelruimte voor de verven, prentkaarten, schrijfmateriaal,…


Voor Frans Bresseleers zelf was de zolder van het huis een van de belangrijkste plaatsen. Deze was de bakermat van zijn heemkundige en historische bedrijvigheid. Daar vond hij in zijn jonge jaren het tijdschrift “Oudheid en Kunst”, het orgaan van de “Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Brecht en Omstreken”. Deze kring werd gesticht in 1904. Gaarne zat hij te snuffelen op deze zolder in de boekjes “Oudheid en Kunst”. Citaat uit “De Nobele Donk”:

(…)Ik herinner me nog goed dat ik daarin onder meer een artikel las over Napoleon I in onze gewesten. Met deze lezingen heb ik de historische mikroob ingezogen, die mij nadien nimmer verliet, steeds meer en meer aangroeide in mij, tot zij in 1929 tot volwassenheid kwam.(…)

Voor de aanzet van zijn studie aan de Normaalschool kon ik het volgende terugvinden in ‘De Nobele Donk ‘:

(…) …. Alfons Vermeulen, geb. Te Berlaar op 6.3.1881, gediplomeerd als onderwijzer aan de normaalschool te Mechelen in 1902, en te Ekeren benoemd op 8.11.1902. Indien wij deze onderwijzer hier speciaal vermelden, geschiedt zulks omdat hij het geweest is, die de schrijver van deze historiek in de onderwijswereld geroepen heeft. ‘Meester’ Vermeulen was een goede vriend van vader. Wijl ‘de meester’ zelf een oudleerling was van de normaalschool te Mechelen, zo raadde hij vader aan zijn zoon naar deze normaalschool te zenden voor de opleiding tot het onderwijzersambt. Het oordeel van ‘de meester’ was in die tijd doorslaggevend voor het besluit van de ouders.(…)

Frans Bresseleers mocht dus zijn studies aan de Normaalschool te Mechelen volgen en behaalde daar het diploma vierde-graadleraar op 21 juli 1917. Daar hij zelf heel leergierig was behaalde hij voor de middenjury ook het humaniora-diploma ‘Grieks-Latijn’.

Enkele jaren voordien behaalde hij ook het diploma van landmeter op 8 mei 1913. Dat ook dit af en toe van pas kwam illustreert dit citaat uit ‘De Nobele Donk (p 85):

(…) In 1933 werden de beëdigde landmeters Lod. Mouwen en Fr. Bresseleers gelast met het opmaken van een plan, dat tot ontwerp zou dienen voor een nauwkeurige grensafbakening vooral aan de noordoostzijde van de parochie.Door de omvorming tot woonwijken der landgoederen van Graaf F. De Baillet-Latour en van J. De Vries-Joostens, ontstonden meerdere nieuwe straten en lanen, die een beter bepaalde grensaanduiding mogelijk maakten. (…)

Op twintigjarige leeftijd, in september 1917 begon hij als onderwijzer en als waarnemend hoofdonderwijzer in de gemeenteschool van Hoogboom daar vele andere onderwijzers aan het front waren in de Westhoek. Ook gaf hij les in de avondschool van Hoogboom. Daarenboven moest hij in de kerk van Hoogboom het harmonium bespelen tijdens de zondagsdienst en al de repetities van het koor begeleiden.

Na de Eerste Wereldoorlog, toen de meeste onderwijzers terug kwamen, werd hij onderwijzer in de gemeenteschool te Ekeren-Centrum.

Naast deze dagtaak was hij ook in het avondonderwijs erg actief. Vanaf 1925 gaf hij verschillende avonden per week les aan de toenmalige Nijverheidsschool. Hij volbracht deze taak tot 1951. Toen werd deze school overgedragen aan het Technicum van de Londenstraat te Antwerpen.

Tijdens het uitzoeken van de oude margarinedozen met zijn persoonlijk archief, kon ik vele aantekeningen en notities terugvinden in verband met kinderversjes en kinderpoëzie van lang voor zijn eerste officiële publicatie.

Zijn eerste kinderversjes en rijmpjes verschenen in ‘Zonneland’ in 1921-1922.

De oudste publicatie die ik in het persoonlijk archief terug kon vinden was het kerstliedje “Bij den Kerststal” in Zonneland, uitgegeven in Averbode, 1 november 1925, waarvoor hij de tekst schreef en waarbij zijn goede vriend Frans Lenaerts de muziek componeerde.

In het documentatiecentrum vond men een “Communiegebed” gedateerd in 1925 in de eerste jaargang van het tijdschrift ‘Lenteweelde’. Dit lied werd later in 1932 getoonzet door de componist Lode Huybrechts en uitgegeven in een bundel “Feestliederen”. “Communiegebed” werd bekroond in een prijskamp van het Davidsfonds.

Zijn eerste boek met eigen versjes “Kleuter op de planken” verscheen in 1926 en werd uitgegeven door de Drukkerij Der Abdij Van Averbode. Daarna volgden de rijmpjesboeken, vertelselboeken, sagenboeken,…

Van 1926 tot 1933 was hij ook nog voorzitter van de Sint-Jozefskring, het verbond van de leerkrachten van het katholiek onderwijs in het kanton Ekeren.

“De Polderzonen”, of de studentenvereniging van de Polder gesticht in 1904, waar Frans Bresseleers ook lid van was, was een vereniging voor zij die interesse hadden op wetenschappelijk of cultureel gebied. Hierbij waren geestelijken, huisartsen, apothekers, ingenieurs, letterkundigen, professoren,….en ook schooldirecteurs aangesloten. Naast de verbroedering van alle studenten uit de streek waren hun voornaamste betrachtingen het openen van bibliotheken ; het houden van lezingen, voordrachten en boekbesprekingen ; eigen toneelopvoeringen creëren ; bijwonen van gewest- en gouwdagen,...(zie ook het boek “Polderboeket”).

Mijn lieve grootmoeder, Carolina Hens, die hij zelf Kerlientje noemde, leerde hij kennen tijdens een bezoek van deze studentenvereniging aan een gouwdag in Wuustwezel. Zij was de jongste dochter uit een gezin van 13 kinderen. Haar vader Corneel Hens (°Wuustwezel 15 september 1855 – † 10 juli 1940) was molenaar en haar moeder Maria Van Dijck (°Wuustwezel 20 mei 1858 -†13 april 1939) was net als Carolina Hens zelf een erg verstandige vrouw.

Op 10 augustus 1926 trouwde hij met haar. Uit dit huwelijk werden er acht kinderen geboren.

Eerst woonde het jonge koppel in de Winkelhaakstraat, nu Marcel De Backerstraat, te Ekeren-Donk. Daarna verhuisden zij in juli 1927 naar de Donksteenweg, nu Kapelsesteenweg, te Ekeren-Donk.

De overgang van kinderboekenschrijver naar heemkundige nam zijn aanvang bij een heemkundige tentoonstelling voor het Davidsfonds waaraan hij in 1929 zijn medewerking verleende.

Tevens verscheen toen van hem een bijdrage in de bijhorende brochure “Onze polderjeugd van vroeger en nu”. Dit neemt niet weg dat hij de rest van zijn leven alles bleef volgen en archiveren wat met kinderpoëzie en vertelsels te maken had.

Vanaf de jaren twintig schreef hij vele teksten voor liederen en hield hij ook vele voordrachten. Als lid van het bestuur van het Davidsfonds vanaf 1932 nam hij wederom nieuwe initiatieven zoals opstel- en voordrachtprijskampen.

De jaarlijkse bijeenkomst van de “Vereniging van Kempische Schrijvers”, gesticht in 1934 , trachtte hij gedurende gans zijn leven zoveel mogelijk bij te wonen. Hijzelf was lid van 1938 en kon dus bij de eerste generatie leden gerekend worden. Deze vereniging groepeert Vlaamse letterkundigen, kunstenaars en publicisten uit de Antwerpse Kempen om alzo naast de vriendschapsbetrekkingen van de leden ook het cultureel en artistiek patrimonium van de Kempen te bewaren en te ontwikkelen. Andere leden waren bijvoorbeeld zijn goede vriend Emiel Van Hemeldonck, Ernest Claes die hij ook ook nog ontmoette in de Abdij van Averbode, de componist Flor Peeters, Dr Karel C. Peeters, Armand Preud’homme, Felix Timmermans, Dirk Baksteen, Ernest Van der Hallen,…

In 1939 verhuisde het gezin van de “Donk” naar Ekeren-Centrum. Citaat uit “Sprokkels uit mijn leven”van Lutgardis Bresseleers:

(…) Ik werd geboren op 30 maart 1932 te Ekeren-Donk, Kapelsesteenweg 369, als vierde dochtertje van Frans Bresseleers en Carolina Hens. Mijn naam is Lutgardis Bresseleers (…)(…)Ik herinner mij bijvoorbeeld nog dat ik achter op de fiets bij mijn vader mocht zitten, als hij mij naar het kleuterschooltje op de Prinshoeveweg bracht. Mijn vader reed dan verder naar Ekeren, waar hij werkte als onderwijzer.(…)(…) In 1939 zijn wij verhuisd naar de Beuckelaerlaan 13 te Ekeren. Het huis in de Donk werd stilaan te klein voor de snel aangroeiende familie. Een voorval met een loslopende hond die mijn vader had aangevallen op zijn fiets, terwijl hij op weg was naar zijn school in Ekeren, was er mede de oorzaak van, dat er met de bouw van een nieuw huis was begonnen.(…).

De oorlogsjaren waren niet gemakkelijk voor zijn grote gezin. Zo moesten ook zij ‘op de vlucht’, daar er in Ekeren, dat erg dicht bij de haven van Antwerpen lag, felle strijd geleverd werd en heel het dorp ontruimd moest worden. Deze jaren beschrijft hij ook in een boek “Ekeren in de Tweede Wereldoorlog”. Mijn moeder herinnert zich ook nog goed dat hij, op het ogenblik dat de scholen tijdelijk gesloten werden, tijdens de oorlog aan een hele groep kinderen uit de buurt thuis les gaf. Rond de grote tafel in de woonkamer werd er dan aan deze jongens en mijn moeder, als enige meisje, verder taalonderricht gegeven. Mijn moeder vertelt dat zij tijdens die lessen eigenlijk alles wat met taal te maken had geleerd heeft. Voor haar vader was het van levensbelang om de taal niet enkel te gebruiken, maar ook om ze te respecteren en ze bovenal correct te schrijven. Hij was uiterst streng, maar na zijn lessen zou je nooit geen “dt”- of andere fouten meer schrijven.

De Ekerse gemeenteraad benoemde hem tot schoolbestuurder van de Ekerse gemeentescholen op 27 oktober 1945. Hij was een erg streng, maar geliefd onderwijzer en hoofdonderwijzer.

In het boek “Ekeren in de Tweede Wereldoorlog” kunnen we terugvinden dat er 27 mei 1945 een film werd gedraaid over de bevrijdingsfeesten te Ekeren door Rik Herreman. Daar groeide de gedachte om een documentaire film te maken.

(…) Het einde van de Wereldoorlog voerde tot de Bevrijdingsfeesten ; de Bevrijdingsfeesten brachten de Bevrijdings-film en deze spoorde aan tot de film die een volledig beeld zou brengen over het Ekers dorp in het verleden en in het heden.(…)
Deze film kwam er ook en kreeg als titel “Ontdek Ekeren !” . Het werd een film in vier delen waarvoor Frans Bresseleers en Rik Herreman hun krachten bundelden.

Op 1 februari 1957 werd Frans Bresseleers als schoolhoofd op rust gesteld. Doch van rust is er in zijn leven niet veel sprake geweest, dit getuigen de vele werken in de bibliografie. Verder werd zijn literair werk ook afgewisseld met zijn dagelijkse wandeling of een fietstocht soms tot in ‘De Donk’, maar deze mochten niet te lang duren, want zijn niet zo al te sterke vrouw wilde hij nooit te lang alleen laten. Haar leefwereld speelde zich door haar zwakke gezondheid, grotendeels af in hun gezellige huis in De Beukelaarlaan 13 te Ekeren, waar zij buiten het gewone huishouden enorm veel boeken las en toch op elk vlak de actualiteit van de wereld en haar grote familie trachtte op te volgen.

Frans Bresseleers was in oktober 1959 ook een van de oprichters van de Heemkundige Kring van de Antwerpse Polder. Zij zijn tot op heden nog steeds de beheerders van het Poldermuseum te Lillo en de uitgevers van het heemkundige tijdschrift “Polderheem”.

In 1961 trad hij na vele jaren trouwe dienst af als bestuurslid van het Davidsfonds.

De “Gouden jubilee” ( de vijftigste huwelijksverjaardag) van mijn grootouders, Frans Bresseleers en Carolina Hens, werd in augustus 1976 op gepaste wijze gevierd. Een feest dat voor de zo talrijke familie met alle broers, zussen, neven, nichten, kinderen, kleinkinderen en zelfs al enkele achterkleinkinderen – echt een feest van de “Bresseleers” waardig was. Naast het speciale gouden huwelijksmenu, werden er heel veel toneeltjes opgevoerd met teksten en liederen uit “hun” jonge jaren. De hilarische repetities voor dit grootse gebeuren zullen steeds in mijn en de andere kleinkinderen hun geheugen gegrift blijven, en de liedjesteksten over “ …de meisjes van Eeckeren met hun frissche bloemen…” zijn onvergetelijk. Elk feest van de familie Bresseleers werd afgesloten met hun eigen lied :

“En waarom zouden we treuren,

wat hebben w’er eigenlijk aan,

onze vader zijn vader en grootvaders’ vader

die hebben dat ook zo gedaan

onze vader zijn vader en grootvaders’ vader

die hebben dat ook zo gedaan”

In 1977, rond de kersttijd, verscheen het levenswerk van Frans Bresseleers. Zijn “Polderboeket” werd een prachtig uitgegeven kunstboek van zo’n 300 pagina’s. Jaren van opzoekwerk gingen hier aan vooraf om uiteindelijk al dat werk gebundeld te zien in een echt boek. Het gaat om een volledige wetenschappelijke volkskundige studie van heel het gebied waarin de negen polderdorpen behandeld worden ; Ekeren, Wilmarsdonk, Oorderen, Lillo, Berendrecht, Hoevenen, Stabroek, Oosterweel en Zandvliet. De historische, sociologische, economische, taalkundige en ecologische aspecten worden behandeld.

Het boek was van bijzonder historisch belang daar het gaat over de vele dorpen die moesten gesloopt worden om plaats te maken voor de uitbreiding van de Antwerpse haven. Maar ook de nog bestaande polderdorpen, waarvan reeds een gedeelte ten offer viel aan de niets ontziende modernisering, blijven levend dank zij dit ‘Polderboeket’.

Voor het verschijnen van dit boek vertelde mijn grootvader mij dat de titel van dit boek ‘Polderboeket’ eigenlijk ook als eerbetoon was bedoeld voor mijn grootmoeder, Carolina Hens, die hij enorm graag zag en die hem gans zijn carrière in alles gesteund had. Haar liefde en kennis over al de veldbloemen die er in de natuur te vinden zijn, was onbegrensd. Niet enkel in de titel, die dus niet enkel toepasbaar was op zijn werk, kan men die verwijzing terugvinden, ook op het voorblad werd een prachtige ruiker vol veldbloemen in al zijn kleurenpracht weergegeven…

POLDERLIED (mei 1960)

HARD ALS KLEI

Benoorden Vlaandrens drukke wereldstad

Labeuren wij, de polderboeren !

Wij gaan met reden op ons polders prat !

Nu wil men ons van hier ontvoeren :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Ons vaadren hebben ‘t land eens droog gelegd :

Zij bouwden dammen hier, en dijken !

Thans wordt ons hoef en heem en brood ontzegd !

Weer moeten wij voor ‘t water wijken :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Wij ploegden en wij plantten onvervaard,

En d’oogst stond rijk voor ons te rijpen !

Het land werd goud voor ieder van ons waard !

Nu wil men zonder meer dit grijpen :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Men paait : “De haven groeit, de Polder sterft :

Uw dood zal hier nieuw leven werven !”

Maar hoe men ook ons land doorboort en -kerft,

De polderziel zal nimmer sterven :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Frans Bresseleers

Het gevecht tegen een zware ziekte heeft hij spijtig genoeg niet meer kunnen overwinnen. Op een ijskoude winterse zesde januari 1979 is hij thuis in het bijzijn van zijn vrouw en zijn acht kinderen gestorven.

Zijn archief wordt bewaard in het Documentatiecentrum Antwerpse Noorderpolders. Zijn boeken worden bewaard in onder andere de bibliotheken van de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit Antwerpen.

Zijn persoonlijk archief wordt heden bewaard door Lutgardis Bresseleers.

De herinneringen aan mijn lieve grootvader zullen voor altijd “met veel liefde” -zoals het een Bresseleers, en zijn afstammelingen, betaamt – veilig bewaard en gekoesterd worden.

Katleen De Vylder

Op 22 december 1897, tijdens een ijskoude winternacht, werd Johannes Franciscus Bresseleers, afgekort Frans Bresseleers, geboren op de Kapelsesteenweg in Ekeren-Donk. Zijn ouders waren Jozef Bresseleers (?Schoten 6.6.1866 en + Ekeren 7.5.1942) en Maria Theresia Roelen (?Antwerpen 17.9.1868 en + Antwerpen 7.4.1934). Zijn vader was schilder in de vele mooie kastelen die Brasschaat en omgeving rijk was. Begin 1900 kon hij het zich permitteren om zelf een nieuw groot huis te bouwen dat alle comfort kon bieden voor zijn gezin met negen kinderen, met eigen atelier, winkelruimte voor de verven, prentkaarten, schrijfmateriaal,…

Voor Frans Bresseleers zelf was de zolder van het huis een van de belangrijkste plaatsen. Deze was de bakermat van zijn heemkundige en historische bedrijvigheid.Daar vond hij in zijn jonge jaren het tijdschrift “Oudheid en Kunst”, het orgaan van de “Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Brecht en Omstreken”. Deze kring werd gesticht in 1904. Gaarne zat hij te snuffelen op deze zolder in de boekjes “Oudheid en Kunst”. Citaat uit “De Nobele Donk1voetnoot 1 F. BRESSELEERS.,De Nobele Donk , Davidsfonds, Ekeren, 1965, p 16 : (…)Ik herinner me nog goed dat ik daarin onder meer een artikel las over Napoleon I in onze gewesten. Met deze lezingen heb ik de historische mikroob ingezogen, die mij nadien nimmer verliet, steeds meer en meer aangroeide in mij, tot zij in 1929 tot volwassenheid kwam.(…)

Voor de aanzet van zijn studie aan de Normaalschool kon ik het volgende terugvinden in ‘De Nobele Donk voetnoot 2 F. BRESSELEERS, De Nobele Donk, Davidsfonds, Ekeren, 1965, p 113 : (…) …. Alfons Vermeulen, geb. Te Berlaar op 6.3.1881, gediplomeerd als onderwijzer aan de normaalschool te Mechelen in 1902, en te Ekeren benoemd op 8.11.1902. Indien wij deze onderwijzer hier speciaal vermelden, geschiedt zulks omdat hij het geweest is, die de schrijver van deze historiek in de onderwijswereld geroepen heeft. ‘Meester’ Vermeulen was een goede vriend van vader. Wijl ‘de meester’ zelf een oudleerling was van de normaalschool te Mechelen, zo raadde hij vader aan zijn zoon naar deze normaalschool te zenden voor de opleiding tot het onderwijzersambt. Het oordeel van ‘de meester’ was in die tijd doorslaggevend voor het besluit van de ouders.(…)

Frans Bresseleers mocht dus zijn studies aan de Normaalschool te Mechelen volgen en behaalde daar het diploma vierde-graadleraar op 21 juli 1917. Daar hij zelf heel leergierig was behaalde hij voor de middenjury ook het humaniora-diploma ‘Grieks-Latijn’.voetnoot 3 Krantenartikel De Polder, 14 januari 1979

Enkele jaren voordien behaalde hij ook het diploma van landmeter op 8 mei 1913. Dat ook dit af en toe van pas kwam illustreert dit citaat uit ‘De Nobele Donk (p 85) voetnoot 4 F. BRESSELEERS, De Nobele Donk, Davidsfonds, Ekeren, 1965, p 85 : (…) In 1933 werden de beëdigde landmeters Lod. Mouwen en Fr. Bresseleers gelast met het opmaken van een plan, dat tot ontwerp zou dienen voor een nauwkeurige grensafbakening vooral aan de noordoostzijde van de parochie.Door de omvorming tot woonwijken der landgoederen van Graaf F. De Baillet-Latour en van J. De Vries-Joostens, ontstonden meerdere nieuwe straten en lanen, die een beter bepaalde grensaanduiding mogelijk maakten. (…)

Op twintigjarige leeftijd, in september 1917 begon hij als onderwijzer en als waarnemend hoofdonderwijzer in de gemeenteschool van Hoogboom daar vele andere onderwijzers aan het front waren in de Westhoek. Ook gaf hij les in de avondschool van Hoogboom. Daarenboven moest hij in de kerk van Hoogboom het harmonium bespelen tijdens de zondagsdienst en al de repetities van het koor begeleiden.

Na de Eerste Wereldoorlog, toen de meeste onderwijzers terug kwamen, werd hij onderwijzer in de gemeenteschool te Ekeren-Centrum.

Naast deze dagtaak was hij ook in het avondonderwijs erg actief. Vanaf 1925 gaf hij verschillende avonden per week les aan de toenmalige Nijverheidsschool. Hij volbracht deze taak tot 1951. Toen werd deze school overgedragen aan het Technicum van de Londenstraat te Antwerpen.


Tijdens het uitzoeken van de oude margarinedozen met zijn persoonlijk archief, kon ik vele aantekeningen en notities terugvinden in verband met kinderversjes en kinderpoëzie van lang voor zijn eerste officiële publicatie.

Zijn eerste kinderversjes en rijmpjes verschenen in ‘Zonneland’ in 1921-1922.voetnoot 5 Krantenartikel GVA 10 januari 1979

De oudste publicatie die ik in het persoonlijk archief terug kon vinden was het kerstliedje “Bij den Kerststal” in Zonneland, uitgegeven in Averbode, 1 november 1925, waarvoor hij de tekst schreef en waarbij zijn goede vriend Frans Lenaerts de muziek componeerde.

In het documentatiecentrum vond men een “Communiegebed” gedateerd in 1925 in de eerste jaargang van het tijdschrift ‘Lenteweelde’. Dit lied werd later in 1932 getoonzet door de componist Lode Huybrechts en uitgegeven in een bundel “Feestliederen”. “Communiegebed” werd bekroond in een prijskamp van het Davidsfonds.

Zijn eerste boek met eigen versjes “Kleuter op de planken” verscheen in 1926 en werd uitgegeven door de Drukkerij Der Abdij Van Averbode. Daarna volgden de rijmpjesboeken, vertelselboeken, sagenboeken,….voetnoot :zie bibliografie

Van 1926 tot 1933 was hij ook nog voorzitter van de Sint-Jozefskring, het verbond van de leerkrachten van het katholiek onderwijs in het kanton Ekeren.

“De Polderzonen”, of de studentenvereniging van de Polder gesticht in 1904, waar Frans Bresseleers ook lid van was, was een vereniging voor zij die interesse hadden op wetenschappelijk of cultureel gebied. Hierbij waren geestelijken, huisartsen, apothekers, ingenieurs, letterkundigen, professoren,….en ook schooldirecteurs aangesloten. Naast de verbroedering van alle studenten uit de streek waren hun voornaamste betrachtingen het openen van bibliotheken ; het houden van lezingen, voordrachten en boekbesprekingen ; eigen toneelopvoeringen creëren ; bijwonen van gewest- en gouwdagen,…voetnoot : zie ook boek “Polderboeket” p 216

Mijn lieve grootmoeder, Carolina Hens (°Wuustwezel 13 september 1901), die hij zelf Kerlientje noemde, leerde hij kennen tijdens een bezoek van deze studentenvereniging aan een gouwdag in Wuustwezel. Zij was de jongste dochter uit een gezin van 13 kinderen. Haar vader Corneel Hens (° Wuustwezel 15 september 1855 + 10 juli 1940) was molenaar en haar moeder Maria Van Dijck (°Wuustwezel 20 mei 1858 + 13 april 1939) was net als Carolina Hens zelf een erg verstandige vrouw.

Op 10 augustus 1926 trouwde hij met haar. Uit dit huwelijk werden er acht kinderen geboren.

Eerst woonde het jonge koppel in de Winkelhaakstraat, nu Marcel De Backerstraat, te Ekeren-Donk. Daarna verhuisden zij in juli 1927 naar de Donksteenweg, nu Kapelsesteenweg, te Ekeren-Donk.

De overgang van kinderboekenschrijver naar heemkundige nam zijn aanvang bij een heemkundige tentoonstelling voor het Davidsfonds waaraan hij in 1929 zijn medewerking verleende.

Tevens verscheen toen van hem een bijdrage in de bijhorende brochure “Onze polderjeugd van vroeger en nu”. Dit neemt niet weg dat hij de rest van zijn leven alles bleef volgen en archiveren wat met kinderpoëzie en vertelsels te maken had.

Vanaf de jaren twintig schreef hij vele teksten voor liederen en hield hij ook vele voordrachten. Als lid van het bestuur van het Davidsfonds vanaf 1932 nam hij wederom nieuwe initiatieven zoals opstel- en voordrachtprijskampen.

De jaarlijkse bijeenkomst van de “Vereniging van Kempische Schrijvers”, gesticht in 1934 , trachtte hij gedurende gans zijn leven zoveel mogelijk bij te wonen. Hijzelf was lid van 1938 en kon dus bij de eerste generatie leden gerekend worden.voetnoot Bron :Vereniging van Kempische Schrijvers, Herdenkingen en Huldigingen 1979, 1980 + Vereniging Kempische schrijvers viert dit jaar (2009) zijn 75 jarig bestaan. Deze vereniging groepeert Vlaamse letterkundigen, kunstenaars en publicisten uit de Antwerpse Kempen om alzo naast de vriendschapsbetrekkingen van de leden ook het cultureel en artistiek patrimonium van de Kempen te bewaren en te ontwikkelen. Andere leden waren bijvoorbeeld zijn goede vriend Emiel Van Hemeldonck, Ernest Claes die hij ook ook nog ontmoette in de Abdij van Averbode, de componist Flor Peeters, Dr Karel C. Peeters, Armand Preud’homme, Felix Timmermans, Dirk Baksteen, Ernest Van der Hallen,…

In 1939 verhuisde het gezin van de “Donk” naar Ekeren-Centrum. Citaat uit “Sprokkels uit mijn leven”van Lutgardis Bresseleers voetnoot “Sprokkels uit mijn leven”van Lutgardis Bresseleers, p 2 en p 3 (…) Ik werd geboren op 30 maart 1932 te Ekeren-Donk, Kapelsesteenweg 369, als vierde dochtertje van Frans Bresseleers en Carolina Hens. Mijn naam is Lutgardis Bresseleers (…)(…)Ik herinner mij bijvoorbeeld nog dat ik achter op de fiets bij mijn vader mocht zitten, als hij mij naar het kleuterschooltje op de Prinshoeveweg bracht. Mijn vader reed dan verder naar Ekeren, waar hij werkte als onderwijzer.(…)(…) In 1939 zijn wij verhuisd naar de Beuckelaerlaan 13 te Ekeren. Het huis in de Donk werd stilaan te klein voor de snel aangroeiende familie. Een voorval met een loslopende hond die mijn vader had aangevallen op zijn fiets, terwijl hij op weg was naar zijn school in Ekeren, was er mede de oorzaak van, dat er met de bouw van een nieuw huis was begonnen.(…).

De oorlogsjaren waren niet gemakkelijk voor zijn grote gezin. Zo moesten ook zij ‘op de vlucht’, daar er in Ekeren, dat erg dicht bij de haven van Antwerpen lag, felle strijd geleverd werd en heel het dorp ontruimd moest worden. Deze jaren beschrijft hij ook in een boek “Ekeren in de Tweede Wereldoorlog”. Mijn moeder herinnert zich ook nog goed dat hij, op het ogenblik dat de scholen tijdelijk gesloten werden, tijdens de oorlog aan een hele groep kinderen uit de buurt thuis les gaf. Rond de grote tafel in de woonkamer werd er dan aan deze jongens en mijn moeder, als enige meisje, verder taalonderricht gegeven. Mijn moeder vertelt dat zij tijdens die lessen eigenlijk alles wat met taal te maken had geleerd heeft. Voor haar vader was het van levensbelang om de taal niet enkel te gebruiken, maar ook om ze te respecteren en ze bovenal correct te schrijven. Hij was uiterst streng, maar na zijn lessen zou je nooit geen “dt”- of andere fouten meer schrijven.

De Ekerse gemeenteraad benoemde hem tot schoolbestuurder van de Ekerse gemeentescholen op 27 oktober 1945. Hij was een erg streng, maar geliefd onderwijzer en hoofdonderwijzer.

In het boek “Ekeren in de Tweede Wereldoorlog” Frans Bresseleers voetnoot F. BRESSELEERS & H. KANORA, Ekeren in de Tweede Wereldoorlog – Davidsfonds, Ekeren, 1947, p 152-153 kunnen we terugvinden dat er 27 mei 1945 een film werd gedraaid over de bevrijdingsfeesten te Ekeren door Rik Herreman. Daar groeide de gedachte om een documentaire film te maken. (…) Het einde van de Wereldoorlog voerde tot de Bevrijdingsfeesten ; de Bevrijdingsfeesten brachten de Bevrijdings-film en deze spoorde aan tot de film die een volledig beeld zou brengen over het Ekers dorp in het verleden en in het heden.(…) Deze film kwam er ook en kreeg als titel “Ontdek Ekeren !” . Het werd een film in vier delen waarvoor Frans Bresseleers en Rik Herreman hun krachten bundelden.

Op 1 februari 1957 werd Frans Bresseleers als schoolhoofd op rust gesteld. Doch van rust is er in zijn leven niet veel sprake geweest, dit getuigen de vele werken in de bibliografie. Verder werd zijn literair werk ook afgewisseld met zijn dagelijkse wandeling of een fietstocht soms tot in ‘De Donk’, maar deze mochten niet te lang duren, want zijn niet zo al te sterke vrouw wilde hij nooit te lang alleen laten. Haar leefwereld speelde zich door haar zwakke gezondheid, grotendeels af in hun gezellige huis in De Beukelaarlaan 13 te Ekeren, waar zij buiten het gewone huishouden enorm veel boeken las en toch op elk vlak de actualiteit van de wereld en haar grote familie trachtte op te volgen.

Frans Bresseleers was in oktober 1959 ook een van de oprichters van de Heemkundige Kring van de Antwerpse Polder. Zij zijn tot op heden nog steeds de beheerders van het Poldermuseum te Lillo en de uitgevers van het heemkundige tijdschrift “Polderheem”.

In 1961 trad hij na vele jaren trouwe dienst af als bestuurslid van het Davidsfonds.

De “Gouden jubilee” ( de vijftigste huwelijksverjaardag) van mijn grootouders, Frans Bresseleers en Carolina Hens, werd in augustus 1976 op gepaste wijze gevierd. Een feest dat voor de zo talrijke familie met alle broers, zussen, neven, nichten, kinderen, kleinkinderen en zelfs al enkele achterkleinkinderen – echt een feest van de “Bresseleers” waardig was. Naast het speciale gouden huwelijksmenu, werden er heel veel toneeltjes opgevoerd met teksten en liederen uit “hun” jonge jaren. De hilarische repetities voor dit grootse gebeuren zullen steeds in mijn en de andere kleinkinderen hun geheugen gegrift blijven, en de liedjesteksten over “ …de meisjes van Eeckeren met hun frissche bloemen…” zijn onvergetelijk. Elk feest van de familie Bresseleers werd afgesloten met hun eigen lied :

“En waarom zouden we treuren,

wat hebben w’er eigenlijk aan,

onze vader zijn vader en grootvaders’ vader

die hebben dat ook zo gedaan

onze vader zijn vader en grootvaders’ vader

die hebben dat ook zo gedaan”

In 1977, rond de kersttijd, verscheen het levenswerk van Frans Bresseleers. Zijn “Polderboeket” werd een prachtig uitgegeven kunstboek van zo’n 300 pagina’s. Jaren van opzoekwerk gingen hier aan vooraf om uiteindelijk al dat werk gebundeld te zien in een echt boek. Het gaat om een volledige wetenschappelijke volkskundige studie van heel het gebied waarin de negen polderdorpen behandeld worden ; Ekeren, Wilmarsdonk, Oorderen, Lillo, Berendrecht, Hoevenen, Stabroek, Oosterweel en Zandvliet. De historische, sociologische, economische, taalkundige en ecologische aspecten worden behandeld.

Het boek was van bijzonder historisch belang daar het gaat over de vele dorpen die moesten gesloopt worden om plaats te maken voor de uitbreiding van de Antwerpse haven. Maar ook de nog bestaande polderdorpen, waarvan reeds een gedeelte ten offer viel aan de niets ontziende modernisering, blijven levend dank zij dit ‘Polderboeket’.

Voor het verschijnen van dit boek vertelde mijn grootvader mij dat de titel van dit boek ‘Polderboeket’ eigenlijk ook als eerbetoon was bedoeld voor mijn grootmoeder, Carolina Hens, die hij enorm graag zag en die hem gans zijn carrière in alles gesteund had. Haar liefde en kennis over al de veldbloemen die er in de natuur te vinden zijn, was onbegrensd. Voetnootje :Menig ruikertje veldbloemetjes allerhande ben ik, als kleindochter en eveneens besmet met dit ‘virus’, gaan bezorgen in haar gezellige keuken…. Niet enkel in de titel, die dus niet enkel toepasbaar was op zijn werk, kan men die verwijzing terugvinden, ook op het voorblad werd een prachtige ruiker vol veldbloemen in al zijn kleurenpracht weergegeven….

POLDERLIED (mei 1960)

HARD ALS KLEI

Benoorden Vlaandrens drukke wereldstad

Labeuren wij, de polderboeren !

Wij gaan met reden op ons polders prat !

Nu wil men ons van hier ontvoeren :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Ons vaadren hebben ‘t land eens droog gelegd :

Zij bouwden dammen hier, en dijken !

Thans wordt ons hoef en heem en brood ontzegd !

Weer moeten wij voor ‘t water wijken :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Wij ploegden en wij plantten onvervaard,

En d’oogst stond rijk voor ons te rijpen !

Het land werd goud voor ieder van ons waard !

Nu wil men zonder meer dit grijpen :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Men paait : “De haven groeit, de Polder sterft :

Uw dood zal hier nieuw leven werven !”

Maar hoe men ook ons land doorboort en -kerft,

De polderziel zal nimmer sterven :

Maar lijk de polderklei

In ‘t brandend jaargetij

Zo hard zijn wij !

Tekst : Frans Bresseleers

Het gevecht tegen een zware ziekte heeft hij spijtig genoeg niet meer kunnen overwinnen. Op een ijskoude winterse zesde januari 1979 is hij thuis in het bijzijn van zijn vrouw en zijn acht kinderen gestorven.

Zijn archief wordt bewaard in het Documentatiecentrum Antwerpse Noorderpolders. Zijn boeken worden bewaard in onder andere de bibliotheken van de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit Antwerpen.

Zijn persoonlijk archief wordt heden bewaard door Lutgardis Bresseleers.

De herinneringen aan mijn lieve grootvader zullen voor altijd “met veel liefde” -zoals het een Bresseleers, en zijn afstammelingen, betaamt – veilig bewaard en gekoesterd worden.

1 F. BRESSELEERS, De Nobele Donk, p.16 F. BRESSELEERS, De Nobele Donk, p113

prescription scuba masks

adderall

healthcare management career

tetracycline online

enteral drug administration

buy viagra

uic internal medicine

viagra online

siemens healthcare malvern pa

buy dapoxetine

healthcare management jobs

lorazepam

ear nose and throat doctors

priligy

pharmacy tech school

buy viagra

birth control pill prices

buy doxycycline online

animal drugs

buy phentermine 37.5

drug war news

azithromycin